De geschiedenis van Hardcore Drum and Bass: past PRSPCT in de canon?

This year (2017) PRSPCT Recordings celebrates her 15th anniversary. Over the past 15 years the label has non stop kept releasing and promoting top notch high octane no compromise hard as fuck music from the heart. Never standing still and always reinventing itself. With the creation of multiple sub-labels like PRSPCT LTD, RVLT, SUB & XTRM and hosting the biggest, baddest HC DNB Events across the world. The popularity of the label got a bit out of control, causing it to evolve into the infamous PRSPCT culture – widely spreading the globe like an unstoppable virus

- PRSPCT (https://www.prspct.nl/label/)

 

Dit citaat van de PRSPCT site roept veel vragen op betreft de rol van de recordlabel in het EDM genre hardcore drum & bass. Door voort te bouwen op de discours over canons wil ik PRSPCT inzetten als casestudy. In 2010 schreef Anahid Kassabian in “Have Canons Outlived Their Usefulness?” dat vier soorten canons bestaan. Een canon van teksten of studieobjecten,[1] een canon van theorieën en twee pedagogische canons; waarbij de ene een ontwikkelde set esthetische waarden en oordeelcriteria aan studenten meegeeft door verwijzing naar algemeen bekende werken en de ander een houvast is door simpelweg een lijst mee te geven.[2] Probleem is echter de paradox dat die canons bevatten. De criteria van zulke canons baseren zich veelal op de canon en andersom baseert de canon zich op (nog niet bestaande) criteria.

          Ter oplossing van vragen omtrent (het ontstaan van) de canon stelt Kassabian voor dat we geen werken verwijderen, maar dat we werken toevoegen aan de canon of zelfs nieuwe lijsten creëren. Hierbij moeten we ons afvragen welke functie een canon heeft en hoe we ze kunnen aanpassen aan theorieën, bronnen en processen van de hedendaagse dag.[3] Het proces van het ontstaan van de canon is daarnaast, volgens William Weber, een complexe variëteit van krachten, ideeën en sociale rituelen die uit de muzikale cultuur groeide. Doordat het organisch uit een muzikale cultuur, muzikale gebruiken en processen ontwikkelde, is de canon diep en permanent geworteld.[4]  

There were two stages in the development of the musical canon: first, the expansion of traditional practices of performing individual old works into regularly performed repertories, and secondly, the intellectual and ritual definition of works from such repertories as canon.[5]

Festivals speelde een belangrijke rol in het vaststellen van een diepe sociale basis voor de muziek, aangezien veel muziek alleen voort bestond in dienst van de festivalcontext, waardoor de grote muzikale canon een wijd sociaal bereik verkreeg.[6]

            Naar aanleiding van Kassabian’s voorstel om nieuwe canons te creëren en het overzicht van hoe zo’n proces kan lopen, wil ik onderzoeken of het Hardcore/Drum and Bass, ook wel Hard D’n’B, recordlabel PRSPCT in een canon past, en zo ja; welke? Heeft het Hard D’n’B genre een eigen canon of positioneert PRSPCT zich in de EDM canon? Past een recordlabel überhaupt in een canon of behoort deze tot een institutie die een canon vestigt? Weber’s proces van canonisatie helpt mij te zoeken naar het historische proces van drum and bass, waamee ik kan invullen of dit proces toewerkt naar canonisatie of niet. Daarnaast zal een artikel van Kärjä over verschillende muzikale populaire canons helpen een bestemming te vinden voor hardcore drum and bass.

Om te begrijpen in welk landschap en vanuit welke cultuur het idee voor PRSPCT zich ontwikkelde, ga ik beknopt in op de gabber cultuur van Rotterdam. In Nederland ontwikkelde house zich naar hardcore (of gabberhouse). Doordat de media alleen aandacht vestigde op de house scene in Amsterdam ontwikkelde Dj’s in Rotterdam een hardere house stijl die de arbeidersstad moest representeren. De term ‘gabber’ werd gecreëerd door Amsterdammers die Rotterdamse muzikale rivalen als gabber (maat) uitscholden. De Rotterdammers begonnen deze term trots te dragen en Rotterdam werd hierdoor het subculturele epicentrum van de radicale hardcore muziek. Gabberhouse kan omschreven worden als een supersnelle en agressieve vorm van hardcore techno. De eerste identificeerbare Gabber-track is “Amsterdam, Waar Lech Dat Dan” (1992, Rotterdam Records) geproduceerd door Paul Elstak. In de jaren negentig verspreidde de muziek zich enorm snel door de globale rave scene. Raves zijn evenementen waarbij, voornamelijk, jongeren een deel of de gehele nacht dansen en feesten op EDM. Door de commerciële ‘happy hardcore’-tunes op zulke raves werd de gabbercultuur als mainstream gepresenteerd en als resultaat verdween de gabber scene weer naar de underground.[7] 

       Gelijktijdig met de ontwikkeling van gabberhouse of hardcore in de vroege jaren negentig ontwikkelde in het Verenigd Koninkrijk Drum ‘n’ Bass als sub genre van Electrical Dance Music (EDM). Bestaande EDM genres uit de jaren ’80 en ’90 werden gemengd met de Jamaicaanse Reggae en ragga, waardoor de zware breakbeats van hardcore werden omgevormd tot versnelde rollende gesyncopeerde drum ritmes afgewisseld door een langzame en zware basslijn.[8] Een van de eerste D’n’B labels was Metalheads.[9] Journalisten en product-artiesten omschrijven drum and bass als een genre dat op de intersectie van verschillende muzikale en culturele invloeden staat; als deel van de urbane en multiculturele UK uit de jaren negentig.

       In Londen, net als in Rotterdam, ontstond de muziek uit de werkende klasse die hun ei kwijt wilden in hun subculturele identiteit tijdens het dansen. Daarnaast vulden de buurten van deze arbeidersklasse zich met Jamaicaanse Sound Systems als onderdeel van Afrikaanse en Caribische culturen, waardoor stilistische gelijkenissen te vinden zijn tussen de basslijnen en MC’s.[10] Tegen het eind van de jaren 90 werd het echter moeilijker om originele en experimentele elektronische muziek te produceren, waardoor breakcore ontstond. Hierdoor werd een extreem snelle drum roll gecombineerd met onverwachte, aritmische breaks en geluidseffecten die soms bijgestaan werden door gabber kick beats.[11]

      De grote artiesten zouden Goldie, Grooverider en Fabio zijn, waarna Goldie’s album “Timeless” uit 1995 Drum ‘n’ Bass van de underground naar mainstream zou hebben verplaatst. “The history of drum’n’bass reveals the shifting pathways through the metropolitan and the regional and the intersecting planes of visual and aural memory.”[12] Alhoewel het onduidelijk is waar bepaalde invloeden daadwerkelijk vandaan komen zou het hardcore rave geluid zich hebben gemengd met Caribische en Afrikaanse invloeden. Drum and bass gebruikte hip hop’s manipulatie van geluid, maar schoot het de toekomst in door sonische manipulatie en drum als expressie van een bepaalde socio-historische ervaring.[13]

Drum’n’bass is a clear manifestation of the way in which music can be a crucial form of expression for those populations whose histories and experiences have been denied visibility in the more traditional forms of visual and textual history. (…) The significance of drum’n’bass resides in its sonic maintenance of the legacy of those whose heritage and experience of being British has not been widely recognised within the more traditional and dominant characterisations of British culture and identity.[14]

De raves die georganiseerd worden zijn van enorm belang voor de promotie van platenmaatschappijen. Deze feesten representeren de artiesten die ingeschreven staan bij platenlabels en presenteren de muziek aan het publiek. Naast muzikale promotie en eventueel de introductie van nieuwe Dj’s aan het publiek is zo’n rave ook de perfecte testruimte of laboratorium voor het creëren van nieuwe muziek. Door de directe feedback van het publiek is gelijk duidelijk of een bepaalde stijl aanslaat of niet.[15]

       Tabel 1 laat zien hoeveel releases de grootste drum and bass platenlabels van het Verenigd Koninkrijk heeft uitgebracht, zodat we PRSPCT kunnen vergelijken met deze lijst. PRSPCT Recordings is in 2002 opgericht door Gareth de Wijk of DJ Trasher. PRSPCT bevat de sublabels: PRSPCT LTD, RVLT, SUB & XTRM en is, mede dankzij de raves, uitgegroeid tot een internationaal fenomeen. Op het moment van oprichting was weinig aanbod in Nederland op het gebied van harde Drum & Bass en door de Gabber geschiedenis van Rotterdam is PRSPCT zich gaan specificeren in de combinatie tussen hardcore en harde D’n’B, ookwel ‘darkstep’. Deze combinatie creëerde ‘crossbreed’ en was ongekend, waardoor het een nieuw genre en eigen doelgroep opriep. Dit nieuwe genre heeft het globale elektronische landschap veranderd, doordat DJs en producers wereldwijd deze stijl overnamen. 

     PRSPCT heeft in de eerste vijftien jaar van zijn bestaan, tot 2017, meer dan honderdtwintig releases uitgebracht en zo’n veertig procent op de raves zijn internationale ravers. Met dit aantal, dat nu zes jaar later nog hoger ligt, kan PRSPCT zeker in de bovenste helft van de tabel geplaatst worden. Daarnaast hebben de PRSPCT XL raves verschillende area’s die vaak vernoemd worden naar de sub labels ter promotie van de muziek. Door deze aanpak van internationale raves en Europese release tours kan PRSPCT zichzelf een van de grootste hardcore drum and bass labels van de wereld te noemen.[16]

Tabel 1: de uitput van leidende D’n’B platenmaatschappijen in het Verenigd Koninkrijk.[17]

Antti-Ville Kärjä stelt dat een omschrijving over hoe populaire muziek gevormd is (eventueel door de cultuur eromheen) aan de grondslag ligt voor moderne muziek historiografie en canonisatie. Canon representeren de gedeelde waarden van een muzikale gemeenschap. “[I]f history is about choosing those things that are worth telling, then canonisation could be described as choosing those things that are worth repeating.”[18] Doordat de canon de gedeelde waarden van een muzikale gemeenschap moet representeren, worden deze waarden getransformeerd tot esthetische muzikale expressie.[19] De sociale, biografische en stilistische geschiedenissen van populaire muziek worden vaak door journalisten geschreven, doordat het muzikale vakjargon doorgaans niet geschikt is voor beschrijving van deze specifieke geschiedenissen en door de weigering van academici om zich te mengen met populaire muziek vormen.[20]

       Kärjä stelt voor dat we drie soorten canons gebruiken om populaire muziek in op te delen die naast de canon van de hoge kunsten kunnen bestaan. Deze canons representeren vooral de muzikale machtsstructuren die door constante onderhandeling voortdurend geherformuleerd kunnen worden. Ze zegt dat we moeten oppassen met het verwarren van canons met genres:[21]

1.    De mainstream canon. De formatie van deze canon ontstaat vanuit een constant proces van onderhandeling tussen het centrum en ondergeschikte groepen. Deze constante onderhandeling heeft effect op de uitkomsten van waarde, stijl en geldstroom. Een veelvoorkomend element in de mainstream canon is authenticatie in vorm van stilistische basiselementen;[22]

2.     Alternatieve canon. Deze canon laat de spanning tussen het muzikale centrum en de randen zien in termen van muzikaal genre, nationaliteit (geografie) of gender. Het meest opvallend is de communicatie die op kleinere schaal gevoerd wordt tegenover de massieve productieve en mediatieve context van de mainstream canon. Vaak bevat de alternatieve canon kleine onafhankelijke platenmaatschappijen die content verspreiden via een intern netwerk en het internet.[23]

3.      Voorgeschreven populaire muziek canon. Deze heeft vooral te maken met staat-gedelegeerde en geformuleerde criteria die een nationale identiteit, cultuur of saamhorigheid oproepen in de gemeenschap. Hierbij kan ook gedacht worden aan marktcontrole door de platenindustrie, eventueel aangestuurd door de overheid of donaties.[24]

     Alhoewel PRSPCT wel onderdeel is van de mainstream kapitalistische industrie kunnen ze niet leunen op muziek video’s of kanalen zoals MTV ter promotie. Doordat het een individueel label is, hebben ze moeite om te werken in het mainstream muzikale systeem. Distributie is hierbij een grote uitdaging die overwonnen moet worden, aangezien het kleine netwerk vraagt om het vasthouden van het eigen netwerk. Daarnaast bepaalt de mainstream industrie welke technologische veranderingen gebruikt moeten worden, waar de onafhankelijke platenlabels flexibel mee om zullen moeten gaan. Vooralsnog valt het muziekgenre ook niet onder ‘kunst’ of ‘artistieke’ muziek.

    Een grote actor in bepaling van hoe onafhankelijk PRSPCT is, is de strategie van ondernemerschap; Gareth de Wijk wilt de controle houden over het product en eigenschap van zijn bedrijf. Hierdoor is de strategie van reputatie niet gericht op verkoop aan de mainstream labels, maar op verkoop binnen de eigen gemeenschap en muziekliefhebbers. Niet alleen PRSPCT Recordings gaat zo te werk, maar bijvoorbeeld ook Prototype van DJ Grooverider, Ganja en True-Playaz van Hype, Formation van DJ SS, V Recordings van Bryan G en Ram Recordings van Andy C. Stuk voor stuk zijn het onafhankelijke drum and bass platenmaatschappijen die zich allen gespecialiseerd hebben in een sub-genre van D’n’B.[25]

   De onafhankelijkheid van PRSPCT Recordings in combinatie met het eigen distributienetwerk zorgt ervoor dat PRSPCT in te delen is in de tweede categorie van Kärjä: de alternatieve canon. Alhoewel ze redelijk bovenaan de lijst van toongevende drum and bass platenmaatschappijen staan, valt niet te zeggen dat ze bij de mainstream horen, omdat elke maatschappij van dit genre zich specificeert in één bepaalde muziekstroming. In dit geval de harde drum and bass of ‘crossbread’. De gedeelde waarden die de hardcore drum and bass uitstralen, komen samen vanuit de Gabber Hardcore en Londense D’n’B. Beiden muziekstromingen waren gericht op de laagste klassen van de arbeiderssteden ter ontspanning en ontsnapping van het werk. Daarnaast kunnen de georganiseerde raves dezelfde functie verkrijgen als de muziekfestivals die Weber omschrijft, waardoor de muziek voornamelijk blijft voortbestaan in deze context.

        De vraag is echter of PRSPCT gezien kan worden als eigen canon of onderdeel van de EDM canon. Mogelijkerwijs is drum & bass een uniek geval, aangezien elk label zich ontwikkelt in een subgenre. Door de raves die gelden als promotiemiddel voor de muziek en de onafhankelijkheid van deze labels op zakelijk, maar ook muzikaal gebied bestaat dit genre eigenlijk uit een canon van maatschappijen. Elke label kan dan nog een canon van meest toonaangevende nummer bevatten, waardoor het Drum and Bass genre dus een twee-laagse canon ontwikkelt. Op het eerste niveau een canon van platenmaatschappijen die verbonden zijn aan subgenres en op het tweede niveau de muzikale canon per subgenre en label.

 

—————————————————————

Geraadpleegde literatuur

 van der Hoeven, Arno. “Remembering the popular music of the 1990s: dance music and the

cultural meanings of decade-based nostalgia.” In International Journal of Heritage Studies vol.

20, no. 3: Popular Music as Cultural Heritage. 12 november 2012: 316-330.

Bossier, Jules, VICE. “Gareth de Wijk is de reden dat Rotterdam de hoofdstad is voor hardcore-

drum ‘n’ bass.” 19 april 2016. https://www.vice.com/nl/article/rppkjg/gareth-de-wijk-

stond-met-prspct-recordings-aan-de-wieg-van-hardcore-drum-bass-maar-dat-moeten-ze-in-nederland-nog-ontdekken

Crauwels, Kwinten. Drum ‘n’ Bass/Jungle (België: Musicmap, 2016). http://musicmap.info/#

(geraadpleegd op 11 juni 2019).

Crauwels, Kwinten. Hardcore: Techno (België: Musicmap, 2016). http://musicmap.info/#

(geraadpleegd op 11 juni 2019).

Fraser, Alistair en Nancy Ettlinger. “Fragile empowerment: The cultural economy of British

Drum & Bass music.” In Geoforum vol. 39, no. 5 (September 2008): 1647-1656.

Hall, Jo. Boys, Bass and Bother: Popular Dance and Identity in Uk Drum 'n' Bass Club Culture. London:

Palgrave Macmillan, 2018.

Joellyn, Drum and Bass. “PRSPCT is een uit de hand gelopen hobby.” 19 maart 2013. 

https://www.drumandbass.nl/prspct-is-een-uit-de-hand-gelopen-hobby/

Kassabian, Anahid. “Have Canons Outlived Their Usefulness?.” In Journal of Popular Music Studies

vol. 22, no. 1. 2010: 74-78.

Kärjä, Antti-Ville. “A Prescribed Alternative Mainstream: Popular Music and canon Formation.”

In Popular Music vol. 25, no. 1 Special Issue on Canonisation. Januari 2006: 3-19.

Metro Nieuws. “Interview Trasher – ‘Mensen willen op PRSPCT keihard raven!’.” 12 mei 2012.

https://www.metronieuws.nl/nieuws/2012/05/interview-thrasher-mensen-willen-op-

prspct-keihard-raven

PRSPCT. “PRSPCT, The Label.” Geraadpleegd op 11 juni 2019. https://www.prspct.nl/label/

Quinn, Steven. “Rumble In The Jungle: The Invisible History of Drum’n’Bass.” In Transformations

no. 3. Mei 2002.  

Rietveld, Hillegonda C.. “Gabber Overdrive: Noise, Horror, and Acceleration.” In Turmoil CTM

Magazine. 21 december 2018.

Weber, William. “The Eighteenth-Century Origins of the Musical Canon.” In Journal of the Royal

Musical Association vol. 114, no.1. 1989: 6-17.

 

——————————————————————
[1] Anahid Kassabian, “Have Canons Outlived Their Usefulness?,” in Journal of Popular Music Studies vol. 22, no. 1 (2010): 74.

[2] Kassabian, “Have Canons Outlived Their Usefulness?,” 75.

[3] Kassabian, “Have Canons Outlived Their Usefulness?,” 76-78.

[4] William Weber, “The Eighteenth-Century Origins of the Musical Canon,” in Journal of the Royal Musical Association vol. 114, no.1 (1989): 6, 7.

[5] Weber, “The Eighteenth-Century Origins of the Musical Canon,” 11.

[6] Weber, “The Eighteenth-Century Origins of the Musical Canon,” 16.

[7] Arno van der Hoeven, “Remembering the popular music of the 1990s: dance music and the cultural meanings of decade-based nostalgia,” in International Journal of Heritage Studies vol. 20, no. 3: Popular Music as Cultural Heritage (12 november 2012): 322; Hillegonda C. Rietveld, “Gabber Overdrive: Noise, Horror, and Acceleration,” in Turmoil CTM Magazine (21 december 2018): 2.

[8] Alistair Fraser en Nancy Ettlinger, “'Fragile empowerment: The cultural economy of British Drum & Bass music,” in Geoforum vol. 39, no. 5 (September 2008): 4, 5.

[9] Jo Hall, Boys, Bass and Bother: Popular Dance and Identity in Uk Drum 'n' Bass Club Culture (London: Palgrave Macmillan, 2018): 20; Kwinten Crauwels, “old skool jungle & old skool drum ‘n’ bass,” in Drum ‘n’ bass/ Jungle (België: Musicmap, 2016) http://musicmap.info/# (geraadpleegd op 11 juni 2019).

[10] Jo Hall, Boys, Bass and Bother, 21, 72.  

[11] Kwinten Crauwels “Digital hardcore & Breakcore,”in Hardcore: Techno (België: Musicmap, 2016) http://musicmap.info/# (geraadpleegd op 11 juni 2019).

[12] Steven Quinn, “Rumble In The Jungle: The Invisible History of Drum’n’Bass,” in Transformations no. 3 (mei 2002): 2, 3.

[13] Quinn, “Rumble In The Jungle: The Invisible History of Drum’n’Bass,” 1-5.

[14] Quinn, “Rumble In The Jungle: The Invisible History of Drum’n’Bass,” 10, 11.

[15] Fraser, Ettlinger, “Fragile empowerment: The cultural economy of British Drum & Bass music,” 11. 

[16] “Interview Trasher – ‘Mensen willen op PRSPCT keihard raven!’,” Metro Nieuws, 12 mei 2012, https://www.metronieuws.nl/nieuws/2012/05/interview-thrasher-mensen-willen-op-prspct-keihard-raven;

Joellyn, “PRSPCT is een uit de hand gelopen hobby,” Drum and Bass, 19 maart 2013, https://www.drumandbass.nl/prspct-is-een-uit-de-hand-gelopen-hobby/; Jules Bossier, “Gareth de Wijk is de reden dat Rotterdam de hoofdstad is voor hardcore-drum ‘n’ bass,” VICE, 19 april 2016, https://www.vice.com/nl/article/rppkjg/gareth-de-wijk-stond-met-prspct-recordings-aan-de-wieg-van-hardcore-drum-bass-maar-dat-moeten-ze-in-nederland-nog-ontdekken; “PRSPCT, The Label,” PRSPCT, geraadpleegd op 11 juni 2019, https://www.prspct.nl/label/.

[17] Fraser, Ettlinger, “Fragile empowerment: The cultural economy of British Drum & Bass music,” 1651. 

[18] Antti-Ville Kärjä, “A Prescribed Alternative Mainstream: Popular Music and canon Formation,” in Popular Music vol. 25, no. 1 Special Issue on Canonisation (Januari 2006): 5.  

[19] Kärjä, “A Prescribed Alternative Mainstream: Popular Music and canon Formation,” 4-6.

[20] Kärjä, “A Prescribed Alternative Mainstream: Popular Music and canon Formation,” 7.

[21] Kärjä, “A Prescribed Alternative Mainstream: Popular Music and canon Formation,” 16-18.

[22] Kärjä, “A Prescribed Alternative Mainstream: Popular Music and canon Formation,” 11, 12.

[23] Kärjä, “A Prescribed Alternative Mainstream: Popular Music and canon Formation,” 13.

[24] Kärjä, “A Prescribed Alternative Mainstream: Popular Music and canon Formation,” 16, 17.

[25] Kärjä, “A Prescribed Alternative Mainstream: Popular Music and canon Formation,” 13, 14, 15.

Previous
Previous

Kan de discussie over de ‘toovercirkel’ gesloten worden?

Next
Next

In welke mate speelt mimicry met betrekking tot embodiment een rol bij de muzikale generieke kenmerken van een band?