Onderzoek naar Nederlands pop muziek en de geschiedenis erachter.
Waar is het allemaal mee begonnen? Met de uitvinding en productie van de grammofoonplaten werd muziek toegankelijk voor in de huiselijke sferen. De microfoon telde hierbij op en creëerde een gevoel van intimiteit; alsof de muzikant bij je in de woonkamer stond te spelen en zingen. Na de eerste wereldoorlog bleven veel Amerikaanse soldaten in Europa om te feesten en drinken. Zij brachten hiermee ook de Amerikaanse muziekcultuur van de Rock ’n Roll over wat als een brandend vuurtje rondging onder de Europeaanse jongeren. Alhoewel het niet wijdgeaccepteerd werd door de oudere generatie, mede door de zwarte afkomst van de muziek, werd het een echte rage en uiteindelijk wijd geaccepteerd in de massacultuur. Met de opwinding die Elvis Presley bracht door het bewegen van zijn heupen is uiteindelijk ook de eerste pop tienerster ontstaan. Door middel van de meersporenrecorder konden instrumenten apart opgenomen worden van de zang en werden tracks meer geproduceerd op het gebied van geluid door het toevoegen van effecten als compressie, echo en galm als karakteristiek van de popmuziek. Hierdoor werd de productie ofwel opgenomen plaat geïntegreerd als artistiek onderdeel van het uiteindelijke product. Hierdoor laat popmuziek zich definiëren als;
De muzikale traditie die in het midden van de twinitigste eeuw ontstaat als de Afro Amerikaanse volksmuziek losraakt van haar oorspronkelijke context door de verspreiding via massamedia en muteert door technologische ontwikkeling en vermenging van andere stijlen.
Helaas kwam met de bezetting van de Duitsers een einde aan de rage, aangezien zij niets moesten hebben van de Amerikaanse cultuur en de swingende muziek die daarbij hoorden. Desondanks het verbod durven de illegale radiozenders zich nog wel te wagen aan de overzeese muziek. Daarnaast waaide Hawaïaanse muziek, met de elektrische gitaar in het middelpunt, over naar Nederland meegebracht via Nederlands-Indïe voor de oorlog. De Duitsers staan deze, enigszins swingende, muziek wel toe mits de teksten in het Nederlands gezongen zijn, waardoor een nieuw betekenisvol genre ontstaat: Nederhawaiian. De swing is uiteindelijk nooit meer uit Nederland verdwenen en werden gecombineerd met Nederlandse smartenlappen en ballades.
Het ontstaan van Nederlandse popbands in de na-oorlogse jaren.
Een hele lange tijd stond de popmuziek in Nederland vooral in het teken van vertaalde Amerikaanse singles, bandjes met bandleden uit het voormalig Nederlands-Indïe en tieners die hun zakgeld uitgaven aan grammofoonplaten, sigaretten, auto’s en radio’s. Het imago van de popmuzikant werd hierbij leidend. De muziekindustrie speelt in de jaren ’60 in op de grote vraag naar dansmuziek voor tieners door deze te laten produceren in grote muziekstudio’s. Zo werd in 1953 platenmaatschappij Phonogram opgericht door Philips. Met Willeke Alberti is Nederlands eerste tienerster geboren. Als dochter van de bekende Amsterdamse Willy Alberti hoefde niet lang gezocht te worden en werd de toon gezet voor de hedendaagse vriendjespolitiek die in Hilversum bestaat.
Met de komst van de Beatles kwam een trend om eigen liedjes te schrijven. Daarvoor werd door een producer bij muziekuitgeverijen een lied gekozen die de zanger moest gaan zingen. In Den Haag namen daarom de bands het heft in eigen handen en begonnen ze eigen liedjes te spelen in clubhuizen. Platenmaatschappijen gingen door de Beatles ook op zoek naar bands waarmee ze beatplaten konden opnemen. Via zeeradiozender Veronica, vlak voor de kust van Scheveningen, werden de platenmaatschappijen getipt over het levendige Haagse clubleven en zo werden de eerste platencontracten uitgedeeld. LP’s waren toen nog niet echt een ding, dus betrof het vooral de uitgave van singles. Toen in de broeierige jaren zestig de protestsongs en anti-war beweging opstond in Amerika kwam het concept ook overwaaien naar Nederland. Met Welterusten Meneer de President van Boudewijn de Groot en Ben ik te Min van Armand als nationaal erfgoed.
De, voornamelijk, Indorockers uit Den Haag wisten hun weg prima te vinden in de beatmuziek en clubhuizen van mid-jaren zestig. Amsterdam kende een meer politiek geëngageerd publiek met actieve underground hippie-idealen; de provo’s. Concerten en festivals; ookwel Provodya? die zich associëren met de beatmuziek, die eind jaren zestig georganiseerd werden, maakte Amsterdam tot de hippie hoofdstad van Europa. Dit maakte dat overal in het land beatpop werd opgepakt. Zo ook in Volendam waar de melancholiek, romantiek en sentiment van het zware arme vissersleven van generaties werd bezongen in Palingpop.
Naast de cultuur van de psychedelica hebben muzikanten ook een grote interesse in de wortels van hun muziek. Zo ontstaat een fascinatie voor soul, jazz en blues die zich voornamelijk vestigt in Rotterdam door het grote aantal gekleurde inwoners. Dit wordt de basis voor een op zwarte geënte muziekcultuur die tot op de dag van vandaag door de stad heen klinkt. Nederlandse blues groepen kwamen voornamelijk uit de provincie, maar hun eigen geschreven Nederlandse songs konden niet op veel bijval rekenen. De Amerikaanse cover kregen nog altijd voorkeur bij het jonge publiek. Dit veranderde toen ze hun haren lang lieten groeien en zich meer gingen conformeren naar Amerikaanse pophelden. Op de drempel van de jaren zeventig deed de gitaarheld zijn intrede met het genre rock in de schijnwerpers. De muziek moest heavy, melodieus en swingend zijn.
Het begin van de hitlijsten, internationale bekendheid en nieuwe stromingen.
Begin jaren zeventig vergaarden de eerste bands hits in Amerika met bijpassende contracten. Door dit fenomeen begonnen verschillende radiozenders en magazines zich te ontpoppen tot échte popzenders met hitlijsten en bijpassend beeldmateriaal. De massapopulariteit was pas echt te meten bij het ontstaan van popfestivals; conceptueel overgewaaid met Woodstock. Zo werden het Amsterdamse RAI, a flight to Lowlands Paradise, Pinkpop en het Kralingse Woodstock georganiseerd met headliners die we vandaag de dag als legendes zouden ontvangen. Met de emancipatie en materiele welstand krijgt men steeds meer vrije tijd en wordt popmuziek écht ingeburgerd. Jongeren focussen zich meer op popsingles, terwijl ouderen meer gaan voor het rockalbum. Rock begint zich daarnaast ook meer te ontwikkelen met het oogpunt op klassieke muziek en incorporeert symfonische elementen in hun opnametechnieken. De Mellotron, voorloper van de sampler, deed zijn intrede en liet producties breder klinken dan ooit. Ook begon progressieve rock een plekje te krijgen bij studenten en scholieren door hun combinatie van jazz, rock en psychedelica.
In 1974 werden zeezenders bij wet verboden. Zo kwam er een einde aan de commerciele radiozenders Veronica en Noordzee in territoriale wateren. Dit was een domper voor opkomende ongetekende bands, omdat de radiozenders goede zakelijke relaties hadden met de platenindustrie op het vasteland. De publieke omroepen hadden het in die tijd nog niet zo op muziek van Nederlandse aarden, dus de achterkamerdeals maakten plaats voor vriendjespolitiek. Ook werden studiotechnieken beter en beter en werd de achtsporen opname techniek vervangen voor de zestien en vierentwintigsporen techniek. Daarmee stegen de productiekosten en werd, met het oog op de tijd, liever geïnvesteerd in bekende hit producers met sessiemuzikanten dan in onbekende nieuwe bands. Horecaondernemers ontdekken daarnaast het concept van disco en laten hun cafés ombouwen tot discotheken waar soul en funk liefhebbers zich huishouden, terwijl rockfans zich in jongerencentra’s vestigen. Beeld nam een prominente rol aan in muziekdistributie waardoor de eerste Nederlandse playbackende girlband ontstond; Luv’.
Het alternatieve rockpubiek, ontwikkeld vanuit de Provodya?, gaat zich steeds minder focussen op idealisme en muzikaal vakmanschap. In plaats daarvan gaan zij zich richten op de showbizzromantiek en introduceren de luidere, rauwere, simpelere en meer scandaleuze punkbeweging. Onder de noemer ‘new wave’ schakelt men over op frisse rock en pop vermengd met een dosis grotestadsromantiek en relativerende humor. Herman Brood valt perfect in dit plaatje. Achter de schermen ontstaat een infrastructuur voor het Nederlandse clubcircuit en in 1977 wordt de Stichting Popmuziek Nederland (SPN) opgericht. Ook ontstaan overal provinciale organisaties en popcollectieven die helpen bij het organiseren van popconcerten, het opzetten van oefenruimtes en hulp bieden bij technische problemen. Jongerencentra floreren en bands boeken uitverkochte zalen. Mede hierdoor wordt het verzamelelpee een nieuw fenomeen om nieuwe groepen te introduceren.
Popmuziek in je moerstaal; van het levenslied en cabaret tot pop.
Cabaret, het levenslied, schlager en andere vormen hebben een langere geschiedenis dan popmuziek. Na de tweede wereldoorlog komt het Joodse sentiment omhoog door middel van het Jordaanlied. Bij André Hazes werd de invloed van popmuziek goed hoorbaar en zo oversteeg hij het levensliedpubliek betreft populariteit. Johnny Hoes slaagt er daarbij in om van carnavalsschlagers bewerkte pophits voor op de radio te maken en hij bereikt met de Zangeres Zonder Naam een groot publiek. Zijn label Telstar Records is onvermidderd succesvol met levensliederen en feestnummers op alle radiozenders, behalve de landelijke. Later schrijven Doe Maar en De Dijk ook voor dit label. Ook Jan Smit, Danny de Munck en Frans Bauer wagen zich aan de combinatie van het levenslied, schlager en pop.
Cabaret is een eens belangrijke traditie; met toonmakers als Toon Hermans, Wim Sonneveld, Annie M.G. Schmidt en Ramses Shaffy. Shaffys liederen leunen echter meer op de Franse Chansons. Ook Herman van Veen maakt in de jaren zeventig naam. Het duurt even voordat Nederlanders doorhebben hoe je een popliedje moet schrijven, dus de eerste jaren werden vooral besteedt aan het schrijven van vertalingen van Engelstalige hits. De eerste Nederlandstalige hit die het sentiment van rock ’n roll precies wist te vangen was Kom van dat dak af van Peter Koelewijn. Voor de komst van de Beatles zongen alle Nederlanders in hun eigen taal. Echter werd daarna massaal overgestapt naar het Engels om aan te geven dat ze mee wilden doen in het internationale circuit. Zangers met een akoestische gitaar naar voorbeeld van Bob Dylan hielden zich echter vast aan de eigen taal. Boudewijn de Groot, Lenneart Nijgh en Rob de Nijs wisten in de jaren zeventig vele albums te schrijven en te verkopen, waarna de Nijs op een gegeven moment theatertours is gaan organiseren met een geluidsband.
In 1978 wordt Doe Maar opgericht door Ernst Jansz met Henny Vrienten en met hun tweede album weten ze perfect in te spelen op de nieuwste ontwikkelingen in de popmuziek: de combinatie tussen punky reggae en ska. Hun vrolijke noten slaan goed aan in een pessimistische tijd van de economische crisis en de Koude Oorlog. Daarnaast opent Doe Maar een rage die alleen the Beatles in Nederland hebben gekend; sporthallen vol gillende meiden. Met de Dijk ontstond een robuustere versie van rock en ze groeiden in de jaren negentig uit tot de grootste band van Nederland. In de jaren negentig ontstond ook het duo van Acda & de Munnik die een combinatie maakten tussen cabaret en rock: cabarock. Hun albums vol aangename luisterliedjes met uit het leven gegrepen teksten en karakteristieke tweestemmige zang zijn altijd zeer succesvol geweest.
De komst van de commerciële televisie in de jaren negentig heeft ook een enorme invloed op de nederlandse muziekwereld en door meer zendtijd beschikbaar te maken voor lokale artiesten ook redelijk goedkoop. De platenmaatschappijen investeren hierdoor weer in Nederlands product en laat het marktaandeel stijgen van 12% in ’89 naar 26% in ’99. Nederlandse amusement- en popmuziek krijgt grote aandacht met onder andere Paul de Leeuw (Camp), Henny Huisman met de Soundmixshow waar Gerard Joling uit voort is gekomen en Marco Borsato, de Italiaanse pizzabakker die met zijn Nederlandse vertaling Dromen zijn Bedrog in ’94 weet door te breken. Met producer en liedschrijver John Ewbank wist hij luchtige liederen te verkopen, maar ook ballades met kwaliteitsteksten. Men leeft zich intens mee in het privéleven van Marco waardoor het ene na het andere album over de toonbanken vlogen en Doe Maar overtroffen werd. Door ruimte in lokale en regionale omroepen ontstaan ook steeds meer lokale helden. Guus Meeuwis weet in ’94 het Studenten Songfestival te winnen met Het is een nacht en scoort ook met zijn carnavalskraker kedeng kedeng een grote hit. Net als Blof was hij lange tijd een lokaal fenomeen. Blof werd in ’92 al opgericht en besloot stoerdere Nederlandstalige muziek te maken. Door contact met de Doe Maar-manager Frank van der Meijden wisten ze een videoclip te maken, waarna ze wisten door te breken. Na een herbeleving van de populariteit van Doe Maar in de jaren negentig in clubs en hitlijsten besluit de band van Doe Maar nogmaals bij elkaar te komen en brengen ze in 2000 nog een laatste cd uit.
Het videotijdperk.
Met de komst van MTV in ’81 wordt muziek onderdeel van een groter geheel, waarin beeld en geluid één concept vormen. Alle manieren waarop de artiest naar buiten treedt, staan in dienst van het versterken van dat imago. De grootste artiesten van de jaren tachtig gaan hierin het verst, zoals Michael Jackson en Madonna. Hierdoor verandert de popartiest van een muzikant in iemand die concepten bedenkt en uitvoert. ‘Don’t you wonder sometimes about sound and vision’ zei David Bowie in 1977. Deze uitspraak stond central voor de ultra-beweging die vanaf ’79 in de underground rondging. Dalende omzetten in de platenindustrie hebben echter tot gevolg dat rond ’85 nauwelijks meer geïnvesteerd wordt in jong talent. Muzikanten worden dus gedwongen om platen zelf te financieren en distribueren. Punkgroepen waren daar in deze tijd zeer bedreven in. Door bezuinigingen op club- en buurthuizen komt ook de live-popmuziek ernstig onder druk te staan, waardoor in ’84 door de SPN het podiumplan, een subsidieregeling voor optredens van minder bekende Nederlandse bands, ontstaat. Door het grote aantal bands uit Amsterdam die van deze regeling profiteren worden deze gitaarrockbands aangeduid als de Amsterdamse School. In de provincie is het wat lastiger om door te breken, waarvoor onafhankelijke platenlabels cruciaal zijn. De kleinschaligheid van Nederlandse popmuziek maakt het verder onmogelijk dat eigenzinnige talenten boven komen drijven.
De introductie van de cd in ´82 zorgde voor een omslag van inkomsten voor de platenindustrie. De Nederlandse pop heeft echter tijd nodig om een inhaalslag te maken en kan niet concurreren met de productiemethoden en de benodigde visie en professionaliteit om, ook op visueel niveau, te concurreren met Amerikaanse en Engelse acts. Eigenbeheer producties werpen in de jaren negentig wel hun vruchten af.
Dansmuziek in de jaren negentig & een vermenging van culturen.
Begin jaren tachtig volgen enkele belangrijke elektronische ontwikkelingen. De drumcomputer maakt het mogelijk om in combinatie met een synthesizer een volledig elektronische, metronoom strakke productie te maken. De computertaal MIDI laat keyboards met elkaar communiceren zodat ze programmeerbaar worden en synchroon te bespelen zijn. De sampler maakt het mogelijk nieuwe muziek te creëren uit stukjes geluid van andere platen. Het wordt mogelijk platen op te nemen in de huiskamer en deze technische middelen worden ook snel goedkoper, dus toegankelijker.
In de VS zijn het eerst vooral Dj’s die met de mogelijkheden van de elektronica aan de slag gaan. Het maken voor LP’s voor remixen, bestaande uit breaks en beats, wordt een heuse markt. Hieruit ontstaan house- en techno dansfeesten waarop XTC geen vreemd goed was. In Amsterdam ontstond een hoogopgeleide mellow housescene, terwijl deze in Rotterdam groter en harder was. DJ Paul Elstak omschrijft een gabbercultuur, waarbij de bpm rond de 200 ligt, terwijl deze elders tussen de 120 en 140 bleef steken. Daarnaast gebruikten de laagopgeleide gabbers liever de goedkopere variant speed dan XTC. De commerciële eurohouse wordt een hit met artiesten als 2 Unlimited. In ’94 is het hardste punt van gabber wel bereikt en schroeft Paul Elstak het tempo wat terug. Ook voegt hij meer melodie toe en zo ontstaat de nieuwere happy hardcore.
House-, techno- en gabberplaten hebben een metronoomstrakke vierkwartsbeat met een bassdrum op iedere tel. Halverwege de jaren negentig ontstonden ook platen met ingewikkeldere ritmepatronen die meer gebaseerd werden op funk, zoals; junlge, big beats, chemical beats en broken beats. De eerste echte Nederlandse mega-act zijn uiteindelijk the Vengaboys. In ’98 wordt eurohouse echter ingehaald door het nieuwe genre trance. Ferry Corsten en DJ Tiësto werden overzees enorm bekend en bleken, net als Junkie XL, als Nederlandse DJ goed op de markt te liggen. De grote kick van dansfeesten is het saamhorigheidsgevoel dat zich dan plaats vindt, waardoor de feesten in de loop van de jaren negentig steeds grootschaliger worden en een hele industrie ontstaat. Dance is rond de millenniumwisseling het meest succesvolle genre binnen de popmuziek. De popmuzikant is definitief een conceptueel kunstenaar geworden, waardoor kennis van de markt en de laatste trends en relaties gelijk staan aan muzikaliteit.
Nederland is als klein handelsland een plek waar veel culturen samenkomen. De invloed van andere muziekculturen is hier relatief groot, mede dankzij de al dan niet voormalige overzeese gebiedsdelen. De opvangcentra voor Nederlanders uit voormalig Nederlands-Indië spelen een grote muzikale rol. Echter staan de allochtone en autochtone muziekscene tot aan de jaren tachtig ver van elkaar. Hans en Candy Dulfer hebben als saxofonisten grote invloeden op het vermengen van jazz met andere genres. Candy groeit zelfs uit tot een wereldwijde saxofonist-ster die op meerdere platen van verscheidene beroemdheden heeft mogen spelen. Eind jaren zeventig ontstaat in The Bronx een nieuw genre, waar de discotheken in bezit worden genomen door de blanken gaan de zwarte jongeren op straat op zoek naar hun eigen stijl; hiphop. Met als een van de kenmerken rap. Halverwege de jaren tachtig brak hiphop voor het eerst door in Nederland. De Urban Dance Squad slaat in als een bom met hun combinatie van harde rock, raps en scratches. Dit was het begin van een mengelsmoes van rock en hiphop. Waar de meeste allochtone jongeren met één been in het land van hun voorouders staan en één been in de westerse pop luisterden zij vooral naar het meest omvangrijke genre; R&B. In de tweede helft van de jaren negentig begon de nadruk steeds meer te liggen op hiphop zelf en begonnen rappers zich te wagen aan de Nederlandse schrijfkunst. Freestyling werd daarnaast een bedreven kunst op het podium. Bovenal kon in de rapkunst een eigen mening, ervaring en gevoel gedeeld worden door de langere poëtische teksten waar in een liedvorm vaak geen ruimte voor was.
Duidelijke schaalvergroting van popmuziek en een marketingmachine.
Popfestivals groeien, evenementen bureaus breiden uit en in de commerciële media krijgt popmuziek en krijgen popmuzikanten een prominente rol. De megaster ontstaat door het grote internationale televisienetwerk en zijn multinationaal opererende platenmaatschappijen. Miljoenen euro’s zijn hierbij gemoeid, waar Nederland moeite heeft met bijbenen. André Rieu is de enige act van eigen bodem die dat pijl bereikt naast acts die opereren op een niche markt. Metal blijkt na enige tijd de grootste nichemarkt van popmuziek. Verder groeit pop in de jaren negentig vooral uit in de breedte door middel van meer genres, artiesten, bands en verschillende doelgroepen. Het blijkt dat de oudere generatie nog steeds bereidt is om cd’s te kopen en concerten te bezoeken, waardoor veel oudere bands weer besluiten bij elkaar te komen. Nieuwe acts kunnen daarentegen ook op bijval rekenen, denkend aan Ilse de Lange en René Froger.
Deze immense groei maakt professionalisering noodzakelijk, waardoor muziekopleidingen op het gebied van marketing en management uit de grond schieten. Hierdoor ontstaan ook popgroepen voor kinderen. Studio 100 richt het welbefaamde K3 op en Kinderen voor Kinderen wordt een succesvol concept. De technieken om de markt te bedienen worden steeds verfijnder met producten en merchandise die precies weten in te spelen op subculturen. Televisietalentenjachten weten in te spelen op het zoeken naar een passend plaatje voor de perfecte popartiest. Naast roem en rijkdom is de muziek ook een middel geworden om persoonlijkheden en hun visie op het leven en de samenleving te uiten. De SPN wordt omgedoopt tot het Nationaal Pop Instituut. In de jaren negentig komen ook voor het eerst sterke vrouwelijke artiesten naar voren met in Nederland Anouk aan het roer. Met haar directe en oprechte stijl in songwriting laat ze haar stempel achter. Ook haar temperament en, zoals zij omschrijft, leegte in haar van binnen is terug te horen in de muziek. Met de oprichting van de Rockacademie is een broedplaats ontstaan voor het oprichten van bands. Krezip is één van deze. Rond de milleniumovergang brak Engelse rock in Nederland door, waar Kane en Di Rect, beiden afkomstig uit Den Haag, een handje vol van hadden.
De komst van het internet en de mogelijkheid om zelf cd’s te branden, betekende een flinke domper voor de muziekindustrie. Hierdoor werden wederom minder nieuwe acts en bands gepresenteerd en gefinancieerd. Geld moest verdiend worden in de vorm van goedkopere downloads en vergoedingen voor het gebruik van muziek. De consument kan ook meer inspelen op zijn persoonlijke voorkeur in plaats van de toevalligheid van een aanwezige cd in een recordstore. Kleinschalige artiesten hebben hierdoor evenveel kans als megasterren. Artiesten uit eigen land halen hier hun voordeel uit, vooral als ze veel optreden en binding met hun fans weten op te bouwen. En zo werd een nieuw hoofdstuk in de Nederlandse geschiedenis van de popmuziek geopend.
Dit is een beknopte samenvatting van Nederpop met hart en ziel; een geschiedenis van de Nederlandse Popmuziek door Jan van der Plas.